Dit document valt onder de volgende licentie:
Creative Commons Attribution 4.0 International Public License
Dit document beschrijft de inhoudelijke scope van het informatiemodel voor de Integrale Bronregistratie Objecten, die als proefproject wordt ontwikkeld door de gemeente Rotterdam in het kader van het programma Mercator. Dit document schetst de stakeholders, relevante bestaande registraties, wettelijk kader, bestaande relevante standaarden en softwaresystemen en geeft een beknopte inhoudelijke beschrijving van het beoogde informatiemodel.
Dit is de definitieve versie van dit document. Wijzigingen naar aanleiding van consultaties zijn doorgevoerd.
De gemeente Rotterdam beoogt, met het programma Mercator en de daarbinnen te ontwikkelen Integrale Bronregistratie Objecten (IBRO), een oplossing te bieden voor knelpunten in bestaande objectregistraties zoals de georegistraties Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT), Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) en "Basis-" registratie Waarde Onroerende Zaken (WOZ). Het doel is een consistente, actuele en foutloze registratie te realiseren, die waar mogelijk ook 3D-objectinformatie omvat, en beter aansluit op de gebruikspraktijk van burgers en overheden.
De huidige registratiesystemen zijn gescheiden ontstaan en kennen weinig samenhang. Dit leidt tot inefficiëntie en hoge kosten doordat objectinformatie in meerdere systemen moet worden bijgehouden, met soms tegenstrijdige gegevens als gevolg.
Rotterdam wil met de IBRO een prototype ontwikkelen dat aansluit op landelijke initiatieven zoals Common Ground, het Federatief Datastelsel (FDS) en passend binnen de doelstellingen van Zicht op Nederland (ZoN). Het programma start met een “greenfield”-aanpak, waarbij de nieuwe registratie parallel aan de bestaande systemen wordt ontwikkeld. Rotterdam streeft naar een integrale registratie die objecten in de fysieke ruimte centraal stelt. Deze nieuwe “Bronregistratie Objecten” is gebaseerd op landelijke standaarden zodat deze in de toekomst ook door andere overheden gebruikt kan worden.
De IBRO moet leiden tot minder fouten, betere datakwaliteit en meer inzicht en samenhang in objectinformatie. Dit draagt bij aan transparantie en efficiëntie, en ondersteunt onder andere de uitvoering van de Omgevingswet.
Resultaten van het programma Mercator
Het programma Mercator loopt van 2024 tot 2027 en is opgedeeld in verschillende fasen. In 2024 en 2025 wordt gestart met het opzetten van een proeftuin en een informatiemodel. In 2026 en 2027 zal de technologie worden ontwikkeld en zullen medewerkers worden opgeleid.
Het informatiemodel voor de IBRO wordt ontwikkeld als onderdeel van een proeftuin in het kader van programma Mercator van de gemeente Rotterdam. Het is geen landelijke standaard. Dit informatiemodel staat voorlopig naast de informatiemodellen voor de bestaande basisregistraties (BAG, BGT, WOZ). Uitgangspunt is dat het informatiemodel ook gebruikt kan worden door andere gemeenten, waarbij het belangrijk is om op te merken dat dit gebruik door andere gemeenten vrijwillig en optioneel is.
Er is nadrukkelijk geen sprake van een verplichtend landelijk traject (dat vereist namelijk een landelijk besluit door de verantwoordelijk minister en een breed consultatie en implementatietraject, in het kader van Zicht op Nederland). Er wordt toegewerkt naar een vrijwillige standaard. Om die standaard vast te stellen dient de governance van het programma Zicht op Nederland (programmaraad Datafundament) gevolgd te worden.
Het is geen hoofddoel van dit document om de context van de IBRO te analyseren en beschrijven; dit gebeurt in andere sporen van het programma Mercator. Als input van het informatiemodel IBRO is het echter wel belangrijk om bewust om te gaan met de context waarin het informatiemodel gaat worden ingezet.
Dit hoofdstuk beschrijft daarom bondig met welke stakeholdersgroepen en bestaande registraties rekening moet worden gehouden.
Bronhouderschap: taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden
Het bronhouderschap betreft het beheer en de verantwoordelijkheid van de gegevens. Duidelijk moet zijn wie verantwoordelijk is voor de juistheid en actualiteit van de data, en wie welke bevoegdheden heeft binnen het bronhouderschap.
Partijen die gegevens van IBRO inwinnen en/of bijhouden zijn onder meer:
Binnen het programma Mercator is gekozen voor een focus op beheer van de bron, niet op het gebruik van de IBRO-gegevens.
Partijen die gegevens van IBRO gebruiken zijn onder meer:
Partijen die de regelgeving, standaarden, of centrale voorzieningen voor IBRO gegevens beheren:
Er is geen regelgeving die direct voortkomt uit het programma Mercator.
De IBRO moet in lijn zijn met de bestaande juridische kaders en landelijke voorzieningen van de BAG, BGT en WOZ.
Hieronder volgt een overzicht van de bestaande (basis)registraties waarin gegevens die onderdeel van de IBRO gaan vormen, zijn geregistreerd:
Dit hoofdstuk beschrijft op hoofdlijnen de IBRO voor zover dit uitgangspunten oplevert voor het informatiemodel van de IBRO.
Het analyseren van werkprocessen valt onder een ander werkspoor van Mercator.
Relevant uitgangspunt hier is wel dat de levering van mutaties aan de landelijke voorzieningen (LV’s) van de BGT, BAG ongewijzigd blijft. De IBRO levert niet aan de LV-WOZ, want de de IBRO registreert alleen het WOZ-object en niet de WOZ-waarde en het belang.
De basisregistraties BAG, BGT en WOZ zijn op verschillende momenten en gescheiden van elkaar ontstaan.Voor elk van deze basisregistraties hebben gemeenten in de huidige situatie drie verschillende ICT-systemen en dure koppelingen daartussen om de objectgegevens synchroon te houden. Het programma Mercator heeft een greenfield benadering, waaruit volgt dat het informatiemodel voor de IBRO geen rekening hoeft te houden met deze bestaande softwaresystemen. Voor de IBRO wordt een nieuw systeem en werkprocessen gerealiseerd.
Hieronder volgt een opsomming van relevante standaarden
Inhoudelijke standaarden van de relevante (basis-)registraties:
Deze standaarden zijn van belang als de mapping voor de transponering gemaakt moet worden van de bestaande registraties naar de IBRO-registratie, als ook van de IBRO-registratie richting de afzondelijke landelijke voorzieningen van de BAG, BGT en WOZ.
En verder
De IBRO moet voldoen aan de geldende landelijke standaarden om te kunnen dienen als bron voor de IGO en 3D basisvoorziening.
In het Programmaplan Mercator zijn er een aantal knelpunten in informatievoorziening onderkend.
De IBRO wordt ontwikkeld met toepassing van nieuwe concepten als Common Ground en passend binnen ontwikkelingen als het Federatief Datastelsel en Data bij de bron. De IBRO wordt daarom opgezet volgens de principes van Common Ground.
De IBRO moet naadloos aansluiten op het gedachtengoed van de generieke infrastructuur van het DataFundament dat door het landelijke programma Zicht op Nederland wordt opgezet.
De IBRO gaat zoveel mogelijk voldoen aan de 12 eisen aan de basisregistraties om deel uit te kunnen gaan maken van het Federatief Datastelsel, dat vanuit de Interbestuurlijke Datastrategie wordt ontwikkeld.
Relevante documenten:
In de IBRO zal ook de inwinning en beheer van 3D-objectinformatie, zoals in het programma Totaal Driedimensionaal (T3D) is beproefd, worden meegenomen. Verder worden inzichten uit het programma DOOR meegenomen indien relevant.
Hieronder worden een aantal inhoudelijke keuzes op hoofdlijnen opgesomd ten behoeve van de informatiemodellering voor de IBRO. Samen vormen deze keuzes de scope van het informatiemodel.
Het IBRO informatiemodel wordt gebaseerd op de eisen aan het conceptueel informatiemodel dat is ontwikkeld voor de Samenhangende Objectenregistratie (SOR) [EMSO]. Alleen daar waar voortschrijdend inzicht bestaat over de gewenste inhoud, overweegt de werkgroep om af te wijken van dit model.
De eerste versie van het informatiemodel IBRO moet eind eind Q2 gereed zijn, inclusief consultatie van het conceptueel informatiemodel en verwerking van de reacties. De consultatie moet dan medio mei 2025 plaatsvinden om eind Q1 gereed te zijn. Dit is een consultatie van begrippen en conceptueel informatiemodel. Dit komt neer op circa 3 maanden doorlooptijd voor het maken van:
Tevens wordt gewerkt aan:
Tijdens de consultatie kan wel parallel doorgewerkt worden aan logisch informatiemodel en technisch model.
De werkgroep informatiemodel IBRO heeft gezamenlijk een prioritering op hoofdlijnen bepaald voor de inhoud. Gestart wordt met de onderwerpen waar het minst voortschrijdend inzicht wordt verwacht, gevolgd door onderwerpen waar dit wel bestaat.
Figuur 1 toont de scope van de SOR, waar IBRO van is afgeleid:
De SOR, zoals beschreven in de Eisen aan model samenhangende objectenregistratie [EMSO] (juni 2021), vormt in principe de scope van de IBRO. Het informatiemodel IBRO wordt op basis van dit DiS Geo eisen document ontwikkeld. Voortschrijdend inzicht over de inhoud dat is ontstaan sinds die tijd wordt meegenomen in de ontwikkeling van het informatiemodel voor de IBRO.
De volgende onderdelen die in het EMSO beschreven zijn vormen onderdeel van de scope van IBRO:
Deze volgorde heeft de werkgroep gekozen op basis van de mate van voortschrijdend inzicht dat na de ontwikkeling van de EMSO heeft plaatsgevonden. Op het gebied van de eerste paar onderwerpen is weinig voortschrijdend inzicht bekend en daarom kan de informatiemodellering daarvan vlot voltooid worden, terwijl er nog overleg plaatsvindt rond de andere onderwerpen (met name wegen en gebouwen) waar wel voortschrijdend inzicht verwerkt moet worden.
Van deze objecten worden eigenschappen opgenomen zoals beschreven in de Eisen aan model samenhangende objectenregistratie [EMSO].
Wat betreft de geometrie, is het streefbeeld om een 3D-weergave van de objecten op te nemen. Per object zal op basis van de toepassingsmogelijkheden en gebruikswensen besloten moeten worden of het object in 3D vastgelegd moet en kan worden.
Door het het Nationaal Toegangspunt Mobiliteitsdata (NTM) wordt in opdracht van het ministerie van I&W gewerkt aan een gegevenscatalogus mobiliteitsdata. Hier is een netwerkregistratie een belangrijk fundament. Afstemming met dit traject creëert een Win-Win-sitaute en voorkomt dubbele ontwikkeling.
De volgende inhoud is buiten scope geplaatst: